Bitregels bij eventing – drie onderdelen, verschillende eisen
Eventing is bijzonder: hetzelfde paard start in drie onderdelen met verschillende bitregels. Het strengst is de dressuurproef; het springen en de cross geven je duidelijk meer vrijheid.
Hier vatten we samen wat er geldt volgens FEI en KNHS. Het officiële reglement en het vraagprogramma gaan altijd vóór deze gids.
De dressuurproef — de strengste eisen
De dressuurproef volgt de typregels van de dressuur, met één belangrijke uitzondering: de bitdikte moet voor paarden minimaal 14 mm zijn (tegenover 12 mm in de reine dressuur). Pony’s hebben eigen maten — check het reglement.
In de meeste klassen wordt de proef op trens gereden, met een toegestaan zijstuk: bustrens, watertrens, D-ring, kneveltrens (fullcheek) of Baucher (niet roterend). Leren bitten, pelham, kimblewick en beval zijn in de dressuurproef niet toegestaan.
Springen en cross — vrijere regels
In het parcours en de cross gelden in grote lijnen de vrijere springregels: pelham, kimblewick, beval en andere hefboombitten zijn toegestaan, net als alle gangbare zijstukken. Veel ruiters wisselen daarom van bit tussen de onderdelen — dat mag.
Let op: leren bitten zijn volgens het KNHS-reglement in Nederland in alle onderdelen verboden.
Praktisch: één paard, meerdere bitten
- Controleer of het dressuurbit minimaal 14 mm dik is (paarden).
- Train bitwissels tussen de onderdelen ruim van tevoren.
- De harnachementcontrole is per onderdeel — ken de regels per onderdeel.
- Zoek de bitvorm bij twijfel op in de FEI TackApp.
Bronnen
FEI TackApp (tack.fei.org) en de KNHS Harnachementgids (knhs.nl). Beoordeel wedstrijdgeschiktheid nooit op productnaam of uiterlijk — de vorm is bepalend. Lees meer in onze gids over wedstrijdregels en toegestane bitten.